| 44P - Vervolg dagverhaal |
blz 242 |
Maandag 6 November.
Til is gisteren meegereden met haar zwager die voor de O.D. in Breda
moest zijn. En vandaag komt zij een brief brengen haar door Vaders
vriend toevertrouwd. Breda is er goed af gekomen, bij de bevrijding door
de Polen werd er slechts even in de stad en op de Baronielaan gevochten.
Alleen hebben de Duitsers bij hun aftocht het mooie nieuwe postkantoor
in de lucht laten springen. De Duitsers hadden zich ook in het huis van
Vaders vriend genesteld en 't gedeeltelijk geplunderd. Nu woont hij met
zijn zuster zolang bij de chauffeur in totdat de schade hersteld is,
waaraan druk gewerkt wordt.
- 88 -
's Middags gaan Moeder en ik Trees opzoeken, de jonge doktersvrouw uit
Groesbeek, die met haar man ergens achter een naburig dorpje op een
boerderij terecht is gekomen. 't Is geen aangename wandeling, ijzig
blaast de wind over het vlakke land en 't hagelt. Ons, mensen van de
hoge zandgronden, valt de klamme atmosfeer van de lage klei kil op 't
lijf. Op de boerderij is het ook niet al te warm, het dokterspaar heeft
wel een keurige zitkamer gekregen maar er kan niet gestookt worden.
Trees komt aandragen met een heerlijke voetenzak die zij juist aan Vader
had willen brengen. "Zelf heb ik hem niet nodig, ik ben genoeg in
beweging. Doch voor Meneer is 't geen doen om de gehele dag stil te
zitten in een ongestookte kamer."
Hoewel met enig tegenstribbelen, wij nemen de verrukkelijk met warme
schapenvacht gevoerde zak toch dankbaar mede naar huis en Vader steekt
er zijn onderdanen dadelijk in. De volgende morgen bleek Schot de
kostelijke zak ontdekt en in bezit genomen te hebben. Hij was heel
verontwaardigd toen de Baas hem er uit joeg, uit dat super-de-luxe
hondennest.
Met veel moeite heeft Ineke een vergunning voor Groesbeek weten te
bemachtigen. Dit permit houdt in dat men het eigen huis zal mogen
bezoeken, zo het tenminste niet ten Oosten van de Dorpsstraat ligt, en
vijf minuten de tijd krijgt om het een en ander bijeen te pakken. Wij
hebben een lange lijst opgesteld van de meest noodzakelijke dingen en de
plaats aangegeven waar zij ze zal kunnen vinden. Warme wollen kleren,
schoenen, wat huishoudgoed en zo mogelijk het zilver dat wij die laatste
morgen in de kelder verborgen.
Gistermorgen kwam de oproep en vandaag vertrok Ineke op een geleende
fiets samen met buurvrouw Lien, Theo de tuinman, Theo de groenteboer en
nog enige andere bekenden, samen twintig man. Zij hadden een zware trap
tegen de harde wind op de open wegen; pas in de beboste omgeving van
Nijmegen werd het beter. Doch zij kwamen niet verder dan het aan de
Groesbeekseweg gelegen gebouw Sint Anna, waarin de Civil Service
gevestigd is. Nadat men hen lang
- 89 -
had laten wachten, verklaarde men 't voor onmogelijk om heden naar
Groesbeek te gaan, 't was veel te gevaarlijk, er werd zo geschoten. Ze
moesten overmorgen maar eens terugkomen.
De Groesbekers luisterden naar de enkele knallen die bij lange
tussenpozen daar in 't Zuiden klonken en merkten tegen elkaar op dat zij
in de Septemberdagen nog wel andere en heel wat erger beschietingen
hadden meegemaakt. Een man van de O.D. verzekerde dat er in en om ons
dorp nog herhaaldelijk duchtig gevochten werd, verleden Zaterdag was het
stationsgebouwtje nog door een Duitse patrouille bezet geweest. Iemand
van Beek vertelde hoe thans ook Beek en het grootste deel van Ubbergen
door de inwoners ontruimd zijn.
Vanmiddag verschenen in Ravenstein kwartiermakers om de voor troepen
beschikbare ruimten op te nemen, waar natuurlijk ook het Parochiehuis
onder viel. Een kapitein kwam aan Vader van Tilborg de sleutel
terugbrengen en enige inlichtingen vragen: de tolk werd er naar gewoonte
bijgeroepen om te assisteren. Onderwijl schonk Moeder van Tilborg thee
in, wat de strakke Schot deed ontdooien. "Deze thee smaakt als
thuis, dit is gastvrijheid als bij ons in Schotland!" En dan tot de
tolk: "Bent U er wel eens geweest, in mijn mooie land?"
De kapitein begon te vertellen over de bergen, meren en moerassen, de
uitgestrekte heidevelden met de grouse, "heeft U daar wel eens van
gehoord, ja? en weet U wat gorse is?"
De wedervraag: "Groeit er bij U ook gagel?" De Schotse
kapitein grinnikt van plezier.
|