| 44P - Vervolg dagverhaal |
blz 243 |
"Sweet gale noemen wij dat, en de blauwe autumn bells! Ah, U
kent het heideland, U zult ook wel eens doornat geregend zijn op zulke
eindeloze vlakten waar geen hutje te bekennen valt!"
Zijn hart ging open, kiekjes werden getoond: een troepje leuke kinderen
spelende in een tuin, zwemmende in 't meer, wadende door een
bergstroompje, altijd vergezeld van een waardige collie en een paar
vrolijke terriers. Omzichtig als iets heel kostbaars werd een andere
foto te voorschijn
- 90 -
gehaald en trots klonk het: "This is my wife with Black
Beauty."
Het paard was waarlijk een schoonheid en de lieve jonge vrouw die de arm
om zijn hals geslagen had, was 't niet minder. "With all our love"
stond dwars over de foto geschreven.
De kapitein vertelde onafgebroken door; als een stroom die lang afgedamd
is geweest en nu eensklaps een uitweg vindt, zo vloeiden zijn woorden
voort. De vlucht in het vreedzaam verleden om de rauwe werkelijkheid van
het heden te ontgaan. Een onwillekeurige blik op de klok bracht het nu
weer terug. Met een zucht stelde hij vast: "Ik moet thans
gaan" en voegde er aan toe "Hartelijk dank voor het prettige
gesprek en tot weerziens over een paar dagen, dan praten wij verder
door."
De legerleiding beschikte echter anders, deze troepen zijn nooit in
Ravenstein gekomen. Bij geruchte vernamen wij dat zij eerst naar Grave
en vervolgens naar het front gezonden zijn.
Zou de kapitein zijn geliefde Schotland ooit weergezien hebben of rust
ook hij onder een van die vele witte oorlogskruizen in vreemde bodem?
[Donderdag] 9 November.
Een zeer koude en natte dag, regen afgewisseld met hagelbuien. Weer
wordt de gezamenlijke tocht naar Nijmegen aanvaard en weer worden de
reisgenoten na lang wachten teruggestuurd met dezelfde uitvlucht van:
veel te gevaarlijk. Verkleumd komt Ineke thuis.
's Avonds is het in de keuken bij de van Tilborgs zó stil en saai dat
de meisjes zowel als de jongens vroeg onder de wol kruipen. Ik heb een
boeiend verhaal uit de boekenschat van Jan van den Dominee onder handen
en denk niet aan slapen. Tot mijn geluk is Moeder van Tilborg nog niet
aan 't einde van haar aardappelschillerij en haar man spelt de krant de
Sirene zorgvuldig uit. Even vóór tienen een hevig gelui aan de
voordeurbel, de verheugde gezichten van Frank en Jack en de Doc! Zij
waren naar Nijmegen gezonden om sigaretten en allerlei andere dingen te
halen en wipten nu in 't voorbijrijden even aan, later ging 't misschien
niet meer, er is sprake van een
- 91 -
offensief.
In minder dan geen tijd komen de jongens en meisjes aangekleed beneden,
wordt er verse thee gezet en zitten wij allen vol belangstelling toe te
luisteren naar de verhalen van onze vrienden. Zij liggen thans in
Maastricht; 't is daar lang zo prettig niet als in Ravenstein, de
burgers hebben er gebrek. Als maatstaf dient de prijs van een blik
corned beef, of zo als de soldaten het betitelen: bully beef. Hier werd
dat verhandeld voor ƒ 1,50, in Maastricht geven ze er grif ƒ 7,50
voor. 't Onplezierigste van het verblijf in Maastricht vinden zij dat er
iedere dag vliegende bommen over de stad komen, die vanuit Duitsland op
Antwerpen, de belangrijke toevoerhaven van de Geallieerde legers,
afgeschoten worden. Soms niet meer dan vier per dag, andere keren wel
vier per uur. De mooie oude Romeinse brug, de trots van Maastricht, is
door de Duitsers bij hun aftocht opgeblazen. De Engelse genie sloeg twee
nieuwe bruggen, die prompt door Duitse vliegtuigen gebombardeerd werden,
twintig Engelsen kwamen hierbij om, velen werden gewond en de brug was
beschadigd.
"Zo zie je, 't is er niet erg rustig. Beter hier in
Ravenstein!" En met voldoening kijken zij de keuken rond, ze hebben
't hem toch maar gelapt om hier weer even te zitten!
Zondag 12 November.
Vandaag bij uitzondering zo goed als geen regen. Toch is 't kil en
koud in de kerk, het vocht ligt als een grijs waas over de banken en
druipt in druppels en straaltjes langs de muren. Wij
|