| 44P - Vervolg dagverhaal |
blz 239 |
regelrecht zijn vriend Jock de carpenter opzoeken, die ergens op de
Plaats aan 't timmeren bij de wagens was, om zich met hem te verdiepen
in de altijd belangwekkende vraagstukken van constructies. Ieder sprak
zijn eigen taal en toch verstonden zij elkaar opperbest. Of praatte elk
maar wat voor zich uit, louter voor de gezelligheid?
Na 't middagmaal gingen wij - dikwijls met Henkie er bij, als deze
jongeling tenminste te vinden was - en de honden een wandeling maken.
Daarna werd er weer gewerkt en tegen theetijd, wanneer de schemering
begon te vallen, speelden wij domino tot niemand meer in staat was een
punt te onderscheiden. Dan ging de lamp echter nog lang niet aan, wij
waren zo zuinig mogelijk met de van de militairen gekregen petroleum.
- 82c -
Gelukkig zijn Groesbekers meestal begiftigd met de kostelijke gave van
vertellen en Paultje's Grootje bezat die gave in hoge mate. Sprookjes en
kindergeschiedenissen, verhalen van de tijd toen "Boeta" - het
naampje dat de jongen aan zijn moeder gaf - een klein meisje was en
belevenissen uit Grootjes eigen jeugd. Het opsteken van de lamp kwam
eigenlijk als een ongewenste onderbreking maar 't werd tijd voor de
avond boterham en hiermede eindigde de dag. Tante Ineke bracht hem naar
bed op de kamer waar zij zelf ook sliep.
Hoe duidelijk zie ik het beeld van het kleine kereltje voor mij. Het
blonde kopje met de opmerkzame blauwe ogen, 't verre van vlekkeloze
jasje dat zoveel doorgemaakt had; was hij er zelfs niet eens mee in het
diepste van alle diepe met modder gevulde wagensporen van Ravenstein
gevallen? Zijn oude trainingsbroek waarvan de knieën ondanks
herhaaldelijk stoppen toch telkens weer doorzichtig werden, totdat wij
op de geniale gedachte kwamen om hem het kledingstuk achterste voren aan
te trekken zodat de zwakke plek in de knieholte zat. Zijn altijd
beslikte klompjes. Drie turven hoog en zes jaren oud, een haveloos
vluchtelingetje en toch werd hij door de eenvoudige lieden met de
ouderwets eerbiedige benaming jongeheer aangesproken. Anderen zeiden
vertederd: "och zo'nen jungske" wat in die fruiterige omgeving
meestal vergezeld ging van de nodige appels. Zijn zakken puilden
menigmaal uit van alle gekregen vruchten.
Donderdag 2 November.
De gehele dag zijn de soldaten druk in de weer om al hun hebben en
houden uit het Parochiehuis te slepen en in de wagens te pakken. 's
Avonds vragen wij aan Frank en Jack of zij ons gaan verlaten. "Perhaps"
is het enige antwoord, zij spreken er gauw overheen om die laatste avond
niet te bederven. Zij zijn schijnbaar erg in de stemming en vol grappen
en verhalen. 't Wordt laat, Moeder van Tilborg heeft haar voorraad
aardappels al lang afgewerkt en is daarna ingedommeld. Wakker wordend
ziet zij met schrik dat 't al over elven is en maakt de opmerking dat 't
- 83 -
wel lijkt of er lijm aan de broeken van die jongens zit. Ik pak mijn
boeltje op om 't sein van naar bed gaan te geven. Frank en Jack komen
verschrikt tot besef van 't late uur en springen op: "Holyjee! al
zo laat! En wij moeten morgen vroeg op!"
Vanavond was er electrische stroom van acht tot elf uur. Wij hebben de
radio dadelijk aangezet om de nieuwsberichten te vernemen, zij melden
dat de Engelsen op Walcheren zijn geland.
Vrijdag 3 November.
Een droeve dag voor Ravenstein, heden vertrekken onze vrienden van de
Springing Boar. Frank en Jack komen binnen lopen, zenuwachtig en
gejaagd. "Hartelijk, hartelijk dank voor alles wat jullie voor ons
deed" herhalen zij steeds en zij kunnen blijkbaar niet tot afscheid
nemen komen. Iemand roept om de deur: "Haast je, wij gaan!" De
meisjes en ook Mamma worden omhelsd, nog een allerlaatste handdruk en
"Good luck to you!" en alles draaft naar buiten, waar reeds de
eerste wagens zwaar rommelend wegrijden. De gehele lange trein volgt,
uit elke wagen zwaaien armen en voor alle huizen staan de bewoners te
wuiven en te roepen "'t Beste Harry!" en "Tot weerziens
|