| 44N - Vervolg dagverhaal |
blz 225 |
zwarte bouwsel van de molen zich hoog af tegen de hemel, wit lichtten
de grafstenen van het kerkhof dat tegen het glacis aanlag. Indien men in
Ravenstein weinig hoop op het herstel van een zieke koesterde, drukte
men dat uit door te zeggen: "De arme zal wel binnenkort naar den
Meulenberg gedragen worden" en zo een kind zonder jas in de kou
onbedachtzaam naar buiten liep, riep men het na: "Wilde-ge dan zo
geern op den Meulenberg liggen?"
- 56 -
's Morgens wanneer wij de Plaats overstaken, klonk van uit en van achter
de wagens een vriendelijk veelstemmig "Good morning". 's
Avonds bij 't geluid van voetstappen op de keien, flikte een toorts aan:
"Wel, bent U 't, miss Groesbeek, ik zal U naar de deur
brengen" en dan werden Vrouw en Hond langs de wagens heen geloodst
tot aan hun woning.
Er stonden ook wel eens onbekende soldaten op wacht, dan moesten wij
uitleg geven waarom wij de Plaats wilden betreden. Een enkele volgde ons
met wantrouwende blikken of wij werkelijk de aangeduide huisdeur
binnengingen. Eens was er een vreemde schildwacht die ons zelfs niet
belichtte. Na 't "Who is there?" meenden we de dreigende klik
van een geweer te horen.
"Lady with dog" luidde het nuchtere antwoord. Een stilte
volgde. Schot en ik bleven in afwachting roerloos staan. Effen klonk het
wederwoord met de herhaling geheel volgens voorschrift: "Pass on,
lady with dog", waarop een niet reglementair onderdrukt gegrinnik
volgde.
Theo de tuinman verscheen reeds de volgende morgen bij Vader en Moeder.
"Wel, Meneer en Mevrouw, er is veel gebeurd sinds ik 't laatst op
Vogelsangh ben geweest" begon hij vormelijk, om na een blik over de
armelijke kamer en op 't uitzicht van de gammele konijnenhokken, in een
hartgrondig schoon weinig parlementair "Potverdorie, jullie zitten
hier ook niet al te best" uit te barsten.
Sedert de Zaterdag vóór de invasie hadden wij elkander niet weer
gezien, zodat begrijpelijkerwijze het gesprek op de eerste dag van onze
bevrijding kwam. Theo vertelde wat hen overkomen was: "Wij hadden
ook wel gevonden dat er die morgen erg gebombardeerd werd en in de kerk
tijdens de mis waren veel mensen angstig geworden, maar ja,
bombardementen hadden wij al zoveel meegemaakt en vliegtuigen al zo
dikwijls horen overkomen, wij sloegen er verder weinig acht op. Terwijl
wij zaten te eten, slopen er soldaten om ons huis heen en verborgen zich
achter de hooimijt, achter de heg of in een kuil. Vader zeide nog:
- 57 -
"Net zo leerden wij 't ook te doen met de velddienstoefeningen in
den tijd dat ik in dienst was."
Ze hadden er niets anders dan een oefening in gezien en zelfs niet
bemerkt dat er vliegtuigen gedaald waren op de akkers aan de andere
zijde van het huis. De soldaten waren wel wat anders gekleed dan de
Duitsers er gewoonlijk uitzagen, maar wie kan nu al die uniformen uit
elkaar kennen?
Doch toen zij de ferme knallen van het schieten met de scherpe patronen
hoorden, toen links en rechts om hen heen gevochten werd, drong het tot
hen door dat de bevrijders eindelijk gekomen waren en het geraden zou
zijn om in de kelder schuil te zoeken.
"Ik had nog wel eens naar jullie toe willen gaan en zien of ik
ergens mee helpen kon, maar U begrijpt, ik wilde Vader en Moeder en de
Vrouw niet alleen laten, want je wist toch nooit wat er in de tussentijd
zou kunnen gebeuren."
Wij gingen met Theo mee terug om te zien waar het zestal terecht was
gekomen. In de Maasstraat, een donker winkelhuis, boven achter stond de
opslagruimte leeg. Niks in de winkel, dus ook niks in het magazijn,
schoon wij later zouden ondervinden dat er onder de toonbank nog wel
iets aanwezig was.
De huisvesting was ontegenzeggelijk veel beter dan in de kolenschuur van
Wychen. Maar toch ..... 't Gevlekte behang van een vorige eeuw, een paar
stoelen, een houten bank zonder leuning, als tafel eenige planken en
schragen. In de hoek een smal venster waarvan slechts een enkele ruit
het bombardement op de brug overleefd had, het ontbrekende glas was met
karton aangevuld. Door die ene ruit een ruim overzicht over den dijk en
de uiterwaard op de rivier en de Gelderse oever. Het raam lag op het
Noord-Oosten, de koudste windrichting. En toch zou dit raam meestal open
staan,
|