| 44M - Vervolg dagverhaal |
blz 207 |
- 21 -
eigen broodjes, waarbij zij nog de onbeschaamdheid had er zich op te
beroemen, al vier timpjes en drie kumkes koffie verwerkt te hebben.
Met een uit de put opgediepte emmer water maakte men enigzins toilet en
nuttigde daarna het ontbijt van brood en spek. Vervolgens nam elk zijn
plaats op de wagen weer in, alhoewel de goedhartige boer en boerin 't
geen doen vonden om met die regen verder te trekken en verzekerden dat
zij best mochten blijven. Wychen was evenwel dichtbij en de bestemming
waar immers ieder onderdak toegewezen zou krijgen.
Ondanks de over elkaar geslagen jassen en dekens was 't koud,
doordringend koud en nat op die open wagen, waar men weerloos aan de
elementen overgeleverd zat. Doordat het de vorige dag mooi weer was
geweest, had niemand er aan gedacht paraplu's mee te nemen.
Het bakkersgezin vond een veilige haven bij een collega in Alverna. De
pleegzuster, Zuster Marie, die Anneke met haar zieke kinderen niet in de
steek wilde laten, bleef hier eveneens. Ook de onbescheiden vrouw met
haar aanhang verdween van de wagen, die nu verder reed met het overschot
van zijn vracht, enkel bestaande uit de familie van Vogelsangh. In
Wychen meldde men zich aan 't gemeentehuis, maar de door alle drukte
thans geheel overstuur geraakte ambtenaren verklaarden geen tijd te
hebben om na te gaan of 't een of ander gezinslid hier al ingeschreven
stond en bovendien, in Wychen was voor niemand meer plaats, ze moesten
maar door trekken, naar de overzijde van de Maas, daar zouden ze wel
geholpen worden. De bereidwillige voerman stemde er in toe het
gezelschap verder te brengen.
Op weg ontmoetten zij de heer Hoefnagels die hen aanraadde naar
Ravenstein te gaan, daar was plaats in overvloed, zij moesten zich maar
vervoegen bij den gemeentesecretaris. Met de aanbeveling van Hoefnagels
werden de verkleumde vluchtelingen er vriendelijk ontvangen, Mevrouw
verkwikte hen met warme koffie en soep, doch de secretaris zat met de
handen in 't haar waar hij dit gezin van vier personen zou onderbrengen.
Alle huizen in 't stadje waren min of meer beschadigd door
- 22 -
het bombardement van de spoorbrug dat de Geallieerden een paar weken
geleden uitgevoerd hadden. Bovendien herbergde men reeds evacué's uit
de Hollandsche steden, vluchtelingen uit de Betuwe, Zeeland, Nijmegen en
nog Poolsche troepen.
Moeder bedacht zich opeens of er geen Dominee in Ravenstein was. De
bekende ruime ouderwetsche pastorieën zweefden haar voor de geest. 't
Wederwoord luidde: "O, bent U Protestant? Ja, een Dominee was er
wel, doch hij is Nsbeër en nu gevangen genomen, schoon hij nooit iemand
kwaad berokkend heeft. Mevrouw is in Indië, waar zij naar toe was
gegaan om haar dochter op te zoeken en Jan de zoon ligt ziek in de enige
kamer van het huis die nog bewoonbaar is. Ja, en dan is er nog Philip,
de knecht van den Dominee."
"Laten wij Philip hier halen en met hem overleggen; hij is een
handig man en weet misschien wel raad" stelde Mevrouw voor. En
inderdaad, Philip wist raad. Hij zou eens even overleggen met Bruggers,
de opzichter van de Heidemaatschappij, die enige kamers in zijn huis
leeg had staan. Bruggers werd bereid gevonden om de vluchtelingen op te
nemen en Philip droeg uit de Pastorie aan alles wat zij zelf konden
missen: een paar ledikanten, beddegoed, enkele meubels.
Zo werd deze tweede nacht van de vlucht tenminste beter dan de eerste in
de tochtige stal op stro. Men had althans een behoorlijke legerstede en
een dicht dak boven zich. Vader trachtte Moeder te troosten met de
overweging dat het toch maar voor kort was, enige dagen, hoogstens een
veertiental. En hield zijn eigen zwartgallige gedachten over de staat
waarin zij eigen huis zouden terugvinden - als zij het al ooit
wederzagen - wijselijk voor zich.
De volgende dag gold de eerste uitgang een bezoek van dank voor de
verleende hulp aan de Pastorie. Deze bleek in het oude poortgebouw van
het lang geleden gesloopte kasteel te zijn gevestigd. Een zware eiken
deur opende op een blauwstenen gang, waarin men wel met paard en wagen
kon rijden. Links een geheimzinnige wenteltrap die zich in 't
|