44I Dagverhaal Vervolg |
blz 182 |
hier neergedaald zijn, zijn thans vervangen door anderen. Ook Amerikanen
doch van een heel ander soort; dit zijn meest ongure types die onwillekeurig
de naam Sing-Sing in de gedachten brengen.
Op de vraag of de soldaten iets nodig hadden kwam het antwoord dat er in onze
tuin enige mortieren geplaatst moesten worden; zij hoopten dat wij er niets
tegen zouden hebben. Wij haalden Vader er bij en lieten hen samen
parlementeren. Vader, met het gezag van de artillerie-officier, keurde de
voorgenomen opstelling in de moestuin onvoorwaardelijk af en gaf de raad de
batterij op de lager gelegen akker aan de andere zijde van de heg te plaatsen,
waar zij beter gedekt zou zijn. Daar was niet veel tegen in te brengen, maar
toch hield de Amerikaan voet bij stuk, de mortieren moesten en zouden in de
moestuin komen. Wij hadden ons er bij neer te leggen; wij vroegen alleen of
alle luiken van het huis dan gesloten moesten blijven. "Niet nodig"
was het antwoord, "de ruiten zullen er niet van breken."
Gedurende deze bespreking stonden wij in de schuur en Vader en de Amerikaan
juist buiten de deur. Een fluiter naderde, evenwel op zodanige afstand dat het
voor ons geen gevaar opleverde; toch viel de zwaar gewapende krijgsman
bliksemsnel tegen de grond. Verwonderd zagen wij toe, misschien wel met een
glimlach; in alle geval krabbelde de soldaat met spoed weer overeind en na een
beschaamde blik in onze richting was hij opeens verdwenen. Vermoedelijk was
deze man pas aangekomen en voor de eerste maal in de vuurlinie, waardoor zijn
reactie op de ongekende mate van gevaar begrijpelijk werd, al moesten wij er
toch om lachen.
Met het plaatsen van een batterij op ons terrein nam de kans dat het huis
getroffen zou worden aanzienlijk toe, want natuurlijk zouden de
- 89 -
Duitsers trachten de stukken onschadelijk te maken. En met de batterij op de
top van onze heuvel hadden wij reeds de ondervinding opgedaan dat bij een
beschieting het merendeel der projectielen niet op maar in de omtrek van het
doel neerkomt.
In afwachting van het opstellen der mortieren namen wij onze maatregelen en
brachten in de kelder alles wat wij daar voor een langdurig verblijf nodig
konden hebben. Jammer genoeg bezaten wij niets om op te koken indien er geen
electrische stroom was. Ineke kreeg ineens in de gedachten dat zij nog een
spiritusbrander bezat en draafde fluks naar haar Vogelnest om deze te halen.
Wij zouden het ding eens even proberen, maar met de kuren van een rechtgeaard
kampeertoestel weigerde het hardnekkig te branden. Gelukkig kwam, juist van
pas, Jaap van de Dokter de kelder binnen, die met jongensgeduld net zo lang
peuterde totdat hij het toestel in orde had.
In de kelder, in het gehoor van angstige Lies Muus, spraken wij niet over de
ongunstige verandering die ons te wachten stond, het zou haar slechts nog meer
van streek maken. Doch ik ging haar man, die bij Bertus-Ome een praatje
maakte, op de hoogte brengen en vragen of hij tijdig naar Lies terug wilde
keren. Jan's vriend Hein bood aan mee te komen, welk aanbod ik dankbaar
aanvaardde. 't Was een geruststelling op de hulp en bijstand van twee flinke
mannen te kunnen rekenen.
Nauwelijks terug in huis werd er herhaaldelijk en ongeduldig op de voordeur
geklopt; twee Amerikaanse officieren met een paar mannen in burger die de
Oranjeband om de arm droegen stonden er voor. De Amerikanen begonnen in het
Duits te spreken, wat mij een geërgerd: "Kent U geen Engels?"
ontlokte. Achteraf beschouwd verkeerden zij waarschijnlijk in de
veronderstelling reeds in Duitsland te zijn. "O, verstaat U Engels? Wij
willen in dit huis ons hoofdkwartier vestigen."
Op mijn voorstel ging de ene officier mee naar de kelder om met de
- 90 -
heer des huizes te overleggen. Bij de donkere trap aarzelde de Amerikaan en
trad een stap achteruit, zijn hand verdween in een zak; hij vermande zich
evenwel onmiddellijk en daalde af in de schemerige ruimte, waar hij meende een
gewonde aan te treffen op het zien van de in reisdekens verpakte Vader. Een
blik op de verdere aanwezigen: een jonge vrouw, een spelend kind en twee
honden die zich rustig hielden, verjoeg klaarblijkelijk het wantrouwen van de
officier. Hij legde aan Vader uit dat het legercorps waartoe hij behoorde door
Groesbeek zou trekken. Ter dekking moesten hier en daar batterijen geplaatst
worden en ook was er onderdak voor de troepen nodig. In
|