44I Dagverhaal Vervolg |
blz 181 |
- 86 -
Arnhem; slechts een 2000-tal heeft over de Rijn in de Betuwe kunnen
terugtrekken, de overgrote meerderheid is gesneuveld bij de zware strijd.
Volgens de berichten is Arnhem geheel in puin geschoten. Wij vragen ons af wat
er van de bewoners geworden zou zijn en hierbij gaan onze gedachten in de
eerste plaats uit naar eigen familie. Zou men intijds naar de Veluwe hebben
kunnen vluchten? Heeft men daar onderdak en verzorging gevonden en hulp in de
nood?
's Middags waren er nog een paar boodschappen in het dorp te doen. Ten eerste
naar de Dokter en dan verder door zijn tuin als kortste weg naar het
distributiekantoor waar nieuwe bonkaarten gehaald moesten worden. - Die wij
nooit nodig zouden hebben, maar op dat ogenblik leken zij onmisbaar. -
Nauwelijks waren wij het distributiekantoor binnengetreden of er knalde een
granaat, het rommelende gedruis van vallende stenen, het gebouw was geraakt,
de kantoormeisjes begonnen te gillen. De Heer M., die als invaller hier hielp,
merkte zeer nuchter op: "daar heb je weer zo'n blazer" en voegt er
voor zijn drie helpsters aan toe: "Ga maar zo vlug mogelijk naar
huis." Een raad die in een dergelijk geval gewoonlijk gegeven werd en m.i.
ten onrechte want 't was dan juist niet geraden om over de straat te gaan.
Jan Muus en ik kwamen tegelijkertijd en wel op het beste ogenblik n.l. net
voor het middagmaal thuis; het bestond uit stamppot van kool met spek en
chocoladevla na. Jan had op aandringen van zijn vrouw een tocht naar de
Maldense vrienden gemaakt om te vragen of zij daar in huis mochten komen. In
Malden was weinig van de oorlog te bemerken geweest, enkel eindeloze militaire
transportcolonnes herinnerden er aan. Het leek Lies wel buitengewoon
aanlokkelijk toe om naar een plaats te gaan waar helemaal geen gevaar voor
granaten bestond.
Laatste aantekening van 28 September: Op het ogenblik dat ik dit neerschrijf,
om elf uur 's avonds, een hevig luchtgevecht boven ons.
- 87 -
Vrijdag 29 September.
Naar gewoonte om kwart voor zevenen op en de boeren om zeven uur naar de
Lubert. Wij ontbeten in de eetkamer, 't was rustig. Moeder las gezang 180
voor: "Beveel gerust Uw wegen, al wat U 't harte deert, de trouwe hoede
en zegen van Hem, die 't àl regeert ....."
Na het ontbijt moestuinwaarts. Uit de boomgaard vlogen eksters op bij onze
ongewenste verschijning. De merels voelen zich als vogels die een recht op de
tuin hebben en lieten zich bijgevolg niet van de wijs brengen. Zij draafden op
de bovenkant van de moestuinmuur heen en weer en snoepten onderwijl van de
zoete druiven. Om nog wat voor ons mensen te sparen, plukten wij een grote
mand vol met de bewaasde groengele vruchten. Ook de felrode tomaten werden in
veiligheid gebracht voor pikkende snavels. Wij stapelden de vruchten hoog op
de keukenvensterbank. Opnieuw naar de moestuin om groente te halen. Eentonig
klonk telkens een schot van onze batterij, gevolgd door 't fluiten van het
projectiel, vier malen achter elkander, dan een korte rust gevolgd door weer
vier schoten.
't Was zo vreedzaam tussen de welonderhouden groenterijen, in de warme
nazomerzon was het een genoegen boontjes te plukken en de mand geraakte
eigenlijk te spoedig naar onze zin gevuld. In werkelijkheid echter maar juist
op tijd want uit de verte naderde een onheilspellend huilen dat recht naar
hier koers zette. In een oogwenk lag ik tussen de bonenstaken tegen de
vochtige aarde aangedrukt. De granaat barstte op enkele meters afstand doch
gelukkig aan de andere zijde van de heg, scherven en aarde spatten rondom doch
enkel de kluiten troffen mij. Boven mijn hoofd sloegen de scherven de
bonenstaken doormidden. Eigenaardig zo als in een dergelijk ogenblik van
gespannen afwachten een gekleurd steentje, een plantje, een kever die tracht
tegen een stengel op te klauteren het oog trekt dat getrouw alle
bijzonderheden er vaan naar de hersens overbrengt, als ware een dergelijk
gebeuren op dat tijdstip de meest belangrijke zaak ter wereld.
- 88 -
Met de mand vol boontjes naar huis terugkerende zag ik enige soldaten in de
tuin rondspeuren alsof zij iets zochten. Zij staken hun hoofden in elke
heestergroep, keken achter de tuinmuur en onderzochten zelfs de rollen
rietmatten die er tegenaan stonden. De eerste troepen die
|