De Geschiedenis van Landgoed De Hooge Hoenderberg te Groesbeek Vervolg

 

met een mogelijke bestemming van recreatie - woongebied, kortom voor de bouw van villa's, zomerhuisjes, rusthuizen enzovoorts. Bovendien wilde hij op een oppervlakte van 50 ha. een complex van 100 zomerhuisjes bouwen. Hij was er van overtuigd dat dit vakantiedorp met een totale oppervlakte van 110 ha. straks in een 'even grote' behoefte zou voorzien als de ongerepte bossen die er omheen lagen.

 

 

Rotspartij 'De Grot' en de 'Zwerfsteen' bij Landgoed de Hooghe Hoenderberg, 1923

De landgoedeigenaar P.J.M. van Stokkum beschrijft deze in 1930 als volgt: 'Deze rotspartij is daargesteld in de jaren in de jaren 1922 en 1923. Het grote granietblok met inschrift is een z.g. 'Findling' uit de omgeving van Waldulm in het Schwarzwald. Deze steen is door De Nederlandche Natuursteenhandel P.J.M. van Stokkum, i Sept. 1921 aangevoerd en weegt plm 6000 kg. De vindplaats ligt circa 750 meter boven de zeespiegel. Links van den ingang der grot, op borsthoogte, bevindt zich een groote ronde kiezel-conglo-meraat ook wel 'puddingsteen' genoemd. Het in gewapend beton uitgevoerde deel der grot is bezet met kiezel, gevonden op het landgoed zelve. Hieronder zijn agaatsteentjes, silex, kwarts enz. enz. Er zijn ook enkele zwarte stukjes grind uit het spoorwegravijn tusschen,  welke van andere herkomst zijn. De traptreden en trapranden zijn van Ettringerlecit - Tufsteen, uit den Eifel, de overige steenen (van verschillende natuursteensoorten, afkomstig van de morainen der gletschers) zijn alle op het landgoed De Hooge Hoederberg zelve gevonden. Bij regen en onweder kunnen een tiental personen hier eene goed beschutting vinden. Bij felle zon biedt de bank in deze grot een welkome, koele, rustplaats.'

Tot zover de schepper P. van Stokkum. De grot markeerde de hoofdingang van het landgoed, die gelegen was bij de spoorbrug. Dit bruggetje en 't grotje was lange tijd tevens een punt van samenkomst voor de jeugd. Samen met de ingang van de bossen bij de Wolfsberg ('t van Pabst zien wald'), was dit één van de eerste van de eerste 'hangplaatsen' van het dorp. Het grotje werd in 1957 ontmanteld door de verplaatsing van de zes ton zware steen, die 35 jaar als zijwand had gediend. De steen bevindt zich tegenwoordig bij de tweede ingang van bungalowpark Cantecleer, gelegen aan de Biesseltsebaan.

Vooruitziende blik, in 1926, op de ontwikkeling van bugalowparken

Dat een dergelijk project niet zonder slag of stoot zou worden aanvaard is duidelijk. Er moest met verschillende instanties worden onderhandeld en om de bestuurders van zijn ideeën te overtuigen voerde hij een uitgebreide correspondentie. Uit de bewaard gebleven brieven blijkt dat hij een voor die tijd - 1926 - revolutionaire theorie op schrift zette, die eerst veertig jaar later zou worden uitgewerkt. Geheel volgens zijn visie opende Piet Derksen in 1967 zijn eerste park 'De Lommerberg' in Reuver, dat later zou uitgroeien tot 'Sporthuis Centrum' en nu bekend staat als 'Center Parcs'. Van Stokkum voorzag deze ontwikkeling en verwoordde deze als volgt: 'In de nabij toekomst zullen vooral gezinnen de vacantie het liefst in een vrijstaand huisje en buiten gelegen, willen doorbrengen, zoals ik dat zie in het buitenland; zéker als iedereen meer dan een week vacantie krijgt, wat stellig komt! En die huisjes moeten in landelijke stijl worden gebouwd!'. Het genieten van een vacantie kan welhaast geschieden op evenveel manieren als er mensen zijn, toch ben ik van mening, dat in de nabije ontelbaar velden de natuur zulle verkiezen. En zelfs graag in een 'eigen huisje' willen verblijven:  'Mits dat deel uitmaakt van een soort vacantie-dorpje. een kleine gemeenschap, want zij moeten zich ook hier met elkaar verbonden weten: slechts weinigen zulle de omringende, werkelijk ongerepte, vrij natuur opzoeken te voet verkennen de meeste vacantiegangers zullen, precies zoals het gaat in het buitenland, blijven of gaan waar ook anderen zijn'. Aldus van Stokkum in 1926

Deze verbluffende voorspelling op welk wijze 'het op vakantie gaan' zich zou gaan ontwikkelen is geheel bewaarheid geworden. Zijn gedachten om van zijn landgoed een 'Lustoord De Hooge Hoenderberg' te maken, om aan velen een gezonde ontspannende vakantie te kunnen bieden, heeft hij echter maar gedeeltelijk kunnen waarmaken.

Veel tegenslag

Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, onder andere de economische crisis, die begon op 22 oktober 1929. Daardoor werd het uitermate moeilijk aan geld te komen, om de zeer grote kosten te dekken die hij zou moeten maken voor de aanleg van een drinkwaterleiding en van elektriciteit en telefoonaansluiting. Kosten, die niet in de laatste plaats zo hoog waren vanwege de grote afstand naar het dorp. Naast deze praktische problemen moest worden onderhandeld met de 'Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten'. Deze was juist in 1927 begonnen met onderhandelingen over de aankoop van de landgoederen De Wolfsberg en Muntberg en tussen deze vereniging en Van Stokkum ontstond een uitgebreide correspondentie. Verschillen van mening over bepaalde zaken en inzichten leidden er zelfs toe dat Van Stokkum in 1930 een onderhoud kreeg met de minister van staat, Binnenlandsche Zaken en Landbouw.

 

Terug naar het begin  Naar de volgende pagina