| 42G CAHIER-2 Vervolg |
blz 86 |
onmiddellijk zijn ontslag en was zoo wijs om met zijn zoon onder te
duiken. Duinoordkerk, Duinzichtkerk, Catsheuvel, enz.
{In de marge: Veel menschen slaan alles stuk wat ze in hun huizen
achter moeten laten, opdat de D. er niet van profiteeren kunnen voor hun
"Weihnachtsgaben" of wel plundering}
{vel 28}
zullen gesloopt worden. De groote villa's van de Oude Schev. weg
leeg. Hotel Clarence vol koffers, doch de gasten blijven tot na
Kerstmis. Mevr.B. had mij een wanhopige brief geschreven, dat ze weg
moest en niet wist waarheen; bij mijn komst bij haar bleek Dr.B. echter
nog juist - een half uur geleden - iets voor haar gevonden te hebben.
Hij ziet er slecht uit, doet wat hij kan, maar àl die misère. De
Joodsche hartpatient in 't rusthuis. Joden zijn goede comedianten.
"Menschen op een afstand, weinig medegevoel, bemerkte dit bij
begeleiding evacué-transporten in Achterhoek" "weinig
voorstellingsvermogen". 't Gezegde: nu komen ze bij ons alles
opeten, niet beseffende wat het is, om vrijwel alles achter te laten.
Aan den anderen kant der stad gaat het leven zijn gewone gang, maar wel
voortdurend komen verhuizingen voorbij. In allerlei vorm, maar zelden in
de mooie auto-tapissières. Meest op vrachtauto's of handwagens en dan
alles kris-kras opgeladen, wat stoelen, clubfauteuils, een buffet, een
tafel, beddegoed en bovenop een paar schemerlampen. Zeilen om toe te
dekken zijn er niet meer; bij regen doorweekt alles. De verhuizers maken
misbruik v.d. toestand, zoo vroegen ze bij nicht Feyt / 900,- en toen
zij bij de Prijsopdrijving reclameerde, die de prijs op / 500,- stelde,
braken de mannen zooveel mogelijk en lieten een mooie kast staan. Hun
huis was Nsbeërs toegewezen, daarom moesten ze er uit. In naam zorgt de
evacuatie-commissie voor transportmateriaal: bij buren v.d. B's op 't
Frankenslag kwam in 't donker een kleine vrachtauto voor - om acht uur -
waarvan de chauffeur, die alleen was, zeide: stopt U er nu maar in, wat
U wilt, maar een beetje gauw.
Neef Gerard overstuur, maar heeft nog geen bevel tot vertrek gekregen:
"Iedere keer kijk ik met angst in de bus, denkende aan de geele
enveloppe."
't Hart van de stad stil; lustelooze, magere Kerstuitstallingen. 't
Zwaard van Damocles hangt boven alles. Bunkers in aanbouw in Sportlaan,
Stadhouderslaan, naast Promenade, Nieboerweg. Boven de duinen het
luistertoestel, als een omgeklapte tafel, en punten en stekels uit
duintoppen, die doen vermoeden dat er versterkingen in verborgen zijn.
Mooi den Haag, zouden we dit nu voor het laatste zien, alle dierbare
plekken, waar zoovele herinneringen aan verbonden zijn. De gedachte
maakt niet weemoedig, dat gevoel is te zacht, maar verbitterd tegen hen,
die al dit leed brengen, versterkt de afkeer en de weerstand, het
verzet. Behalve bij de menschen die er aan kapot gaan, de niet meer
levenskrachtige. Zoo in 't Luthersche oudeliedenhuis op de L.v.N.O.I.,
waar de vorige week zes stierven. De vroeger zoo zorgelooze jongelui
zijn strak en vastberaden geworden. Verhuizerijen op fietsen, met
koffers achterop. De jongelui nemen de leiding over van de wanhopige
ouderen.
Mme Giglio en haar eenzelvigheidsbewijs.
Departementen zullen verplaatst worden, Sociale zaken naar
Scheepvaarthuis in Amsterdam, en voor de ambtenaren worden woningen van
gepensioneerden in West ontruimd. Financiën naar Deventer.
Huize Royal naar Dreieroord. Kommandantur naast Kon. Bibliotheek. De
pier is half afgebroken. Prikkeldraadversperringen op belangrijke
punten. De Scheveningers moeten naar Zevenaar en omstreken. "Eerst
hebben ze ons de zee afgenomen" - door het strand te verbieden -
"en nu moeten we heelemaal weg."
{In de marge: D. officier die tegen zijn gastheer zeide: "Ich
verstehe nicht, daß die Holländer so unartig zu uns sind."}
|