| 41F CAHIER-1 Vervolg |
blz 49 |
December 4. Bij Th.G. in den Haag. Was 31 October gepakt. 's-Morgens
om acht uur waren de
twee rechercheurs gekomen om naar haar zoon te vragen en wilden niet
gelooven dat hij niet thuis was. Mevr, Mies en dienstmeisje werden
alledrie in verschillend vertrek gezet, de telefoon onklaar gemaakt en
het huis doorzocht. Politie - of Indische - boordjes op W's kamer, ook
de twee namaakpatronen met potlood, enz. Paneel van kast beklopt, alle
brieven doorzocht. "Als u 't niet zegt, moeten we u gevangen
zetten, en dat is voor u geen pretje." Trokken ten slotte af met
mededeeling dat ze over een uur zouden terugkomen, verwachtten dat mevr.
dan wel zou spreken. Doch toen dit een uur later ook niet gebeurde, om
de eenvoudige reden dat Th.G. inderdaad W's verblijfplaats niet wist,
werd zij meegenomen en in 't Oranjehotel door een zeer onaangenaame D.
officier nogmaals uitvoerig ondervraagd. "Die Holländer lügen ja
immer, es ist immer nein, nein und abermals nein. Haben Sie dies getan,
wissen Sie das? Nein, nein." En hier was 't ook nein op alles. Zij
kwam in de cel bij de zeer geschikte vrouw van een R.damsch
tramconducteur, die gevangen was genomen omdat zij op verzoek van
bekenden v.haar man de boodschap had overgebracht: "de inspecteur
is gevangen genomen" bij iemand die haar zelf onbekend was. Deze
man was echter reeds gevangen genomen en zij werd er opgewacht door
politie in burger en eveneens gepakt. Deze R. juffrouw wilde dat mevr. G.
de brits voor zich nam, en vergenoegde zich, ondanks krachtig protest,
iederen nacht met de matras op den grond, die de andere legerstede
uitmaakte. Het eetgerei bestond uit 2 diepe borden, twee lepels en een
houten mes, waarmede natuurlijk niet te snijden viel. Ze hadden om werk
gevraagd en kregen toen sokken te stoppen v.d. medegevangenen. "Dat
hebben we met liefde gedaan en zoo zorgvuldig mogelijk." De schaar
benodigd voor het werk moest iederen avond buiten de celdeur gehangen
worden; de R. heeft toch een schaar weten te behouden, die daarna
gebruikt werd om vleesch, brood, enz te knippen. Zelfs de haarspelden en
zakspiegeltje moesten afgestaan. Maar weer hielp de R.sche, die een
scherf spiegelglas in de zak had. Eens in de week een bad, waarvoor men
de lange gangen door de geheele mannenafdeeling door moest. Opschriften
op
{vel 6}
de celdeuren over de behandeling van de daarachter opgesloten
menschen. Op één die haar bizonder trof: "Jude, darf nicht
gelüftet werden, kein Besuch, keine Bücher, keine Arbeit."
Ook stonden er hier en daar boodschappen op de muren, als: "Jan,
houdt je mond, enz."
Het laatste verhoor dat zij onderging werd afgenomen door een geschikte
D. in burgerkleeding, die als 't ware verontschuldigingen maakte, haar
de hand drukte bij het afscheid en zeide dat zij spoedig vrij gelaten
zou worden. Wat inderdaad gebeurde. "En toen sloop ik naar huis,
hopende dat niemand mij zou zien, voordat ik mij wat opgeknapt had en
dat gelukte. Dat heerlijke gevoel van weer vrij te zijn!"
Twee weken heeft zij gezeten. En daarna zooveel vriendelijkheid
ondervonden van allerlei vrijwel onbekende menschen. "Vrienden en
familie zeiden: dat had Wim je niet mogen aandoen, maar ik zou, als ik
nog twintig was, hetzelfde als hij gedaan hebben.
Handschoenen en borstplaat.
"We zeiden al tegen elkaar, nu met dat koude winterweer moet hij
misschien in hooibergen slapen."
De Haagsche winkels kaal, alleen de antikiteiten gevuld. Bij Krul in de
toonbank enkel een schaaltje met zilverpillen en twee kleine cakes in de
uitstalling. Verder lege doozen.
Paleis Noordeinde zoo goed als leeggehaald. Bij v.Marle en Bignell is
een groote verkooping geweest van zeer kostbare dingen: gobelins,
antieke meubelen, gouden doozen, zilveren serviezen, porselein; men
veronderstelde v.d. Koningin.
8 Dec. Japan in oorlog met Indië.
20 Dec. V. vertelt dat in Embden, voordat de Russen met D. in oorlog
waren, zeer veel R. aankwamen met graan, hout, enz., had dat gehoord van
aldaar te werk gestelden.
|