Het Dagboek van Mej. P Dozy (1946 - 1972) over de periode 1950 - 1957 Vervolg
[vel
30]
{Onderstaande
brief zat ook tussen het dagboek, mij is niet duidelijk waar Tante Nel
was toen "Zus" hem schreef.}
Groesbeek, 19 November 1952 Beste
Nel, Even een lettertje op een van de beroemde velletjes! Dank voor je kaart.
Thüs zei immers dat hij dacht dat ze misschien op Maandag niet reden?
Ja, 't was hier ook heel slecht weer; 't sneeuwde hier ook en in de
nacht van Zondag op Maandag vroor 't hard; zo konden we gister niets
afdekken, want de sneeuw lag er nog, vanmorgen ook nog, nu dooit 't,
maar 't is N.O.storm en Thiessen durfde niet afdekken, dan blijft 't
koud eronder, wat logies is. Cécile is nog steeds niet zo best; we
mochten er van Opie Zaterdag een kwartiertje naar toe; 't hart reageert
niet op de medicijnen. Op
de Wolfsberg Zondag hebben we gezeten bij 't blokkenvuur in de zitkamer;
't deed enigszins denken aan Annéville, al was daar meer sfeer. Vanwege
de kou zijn we ook ons winterkwartier
in de achterkamer gaan betrekken; wel jammer, we waren zo aan de
voorkamer gewend geraakt en heb ik nu een erg opgesloten gevoel. Je hebt
zeker ook wel in de courant "het" evenement in 't dorp gezien
van de brand in de Ooievaar? Om 5 over
{In
de linker marge: Er is
ingebroken bij Mevr. Tijdeman, ze heeft den dief gezien, maar hij is
niet gepakt.}
[achterzijde brief] 9 ging de sirene en toen ik vóór even ging kijken of ik iets zag, sloegen de vlammen al uit. El was op een vergadering in Nijmegen en Paul net in bed, maar kwam natuurlijk mee naar de badkamer toen ik naar boven liep. We hebben daar een half uur gestaan en hoorden de Nijm. brandweer aankomen loeien; maar er was niets meer tegen te beginnen; 't was een
|