| 46A - SCHRIFT-2 Vervolg |
blz 322 |
29 Mei. Statenverkiezing. Partij v.d. Arbeid en Communisten niet op
kieskring Wychen,
lijsten tegengehouden. Deze maand met afbraak Katholieke school
begonnen.
Juni. Warm, afgewisseld met zware regenval. Zondag 2 een ware
wolkbreuk, 't water
stroomde van de heuvels en overstroomde het dorp, in sommige huizen, b.v.
sigarenwinkel Schreven, stroomde het in en uit. Café de Locomotief
blank, de bezoekers redden zich op de tafeltjes. Ieder moest dweilen,
wij ook, lekken op zolder en door vensters. Tuin afgespoeld.
Op hemelvaartsdag - 30 Mei - naar B. en Dal gewandeld, Hamer
opgeknapt.
Begin Juni kwam groote vrachtauto met D. krijgsgevangenen oprijden,
benevens een p. Ned. onderofficieren. Mortiergranaat meegenomen.
Zaterdag 1 Juni heeft Visschers mijn zilverkist opgegraven. Deze kist
konden verleden jaar Kees en Bart niet terugvinden, Theo zocht er naar
dezen zomer en slaagde evenmin. Ik trachtte mine-detector v.
mijnendienst Mook te krijgen, doch hoorende dat de kist ongeveer een
meter diep zat, zeiden ze dat ze heem dan niet konden vinden]. Getracht
[achterzijde vel 19]
meester Bögels te bereiken, daar hij wichelroede kan loopen.
Vertelde dit aan juffr.v.Dieren die zeide: "Wat jammer, mijn broer
uit België, die gisteren net vertrokken is, ken{!} het en had 't graag
gedaan." Andere broer de pater sneed bij het bezichtigen v.d. tuin
voor mij een wichelroede en 's avonds probeerde ik het, kreeg el. gevoel
en kleine beweging in roede op bepaalde plaats in boomgaard, waar oude
Visschers den volgenden morgen, op eigen geheugen afgaande, groef en
inderdaad, zooals hij gezegd had kist vond voordat ik op was. Oude
zilver goed gebleven, nieuwe dat in vloei gepakt was, gevlekt, koper -
ook van Z. en J. gevlekt.
Eenige dagen later kwam groote truck met D. krijgsgevangenen om de
mortiergranaten op te halen; wij vonden er slechts één.
Ze zijn druk aan 't afbreken van de Kath. jongensschool, en tegelijk
beginnen ze de nieuwe vleugel die er aan komt op te bouwen. Daar wordt
een reuze kolenkelder onder gemaakt, waarschijnlijk tegelijk als
schuilkelder bedoeld.
8 Juli. Zus en ik n. Jansberg gewandeld, heen de veldweg, waaraan nog
veel kapotte huizen,
ook veel noodwoningen. Pad langs Molenbeek. 't Bosch v. grootste deel
verwoest, enkele dikke eiken en beuken staan nog, maar de laatste zijn
zeker ten doode gedoemd. Molenbeek stroomt vrij naar beneden in 't
moeras en de oude bedding is door de D.
[vel 20]
tot loopgraaf uitgediept. Boomen als versperring over het pad.
Loopgraven, helmen, een op een mijn geloopen tank.
14 Juli. Zondagavond, met Willy de Pesters over de akkers naar den
Heuvel, achter langs
Lamers, de 4 Eng. graven bij het vernielde kanon, verderop het D.
vliegtuig, dichtbij de verwoeste boerderij van Daanen, de opgeblazen
tank met 4 Am. graven. Sombere avond, een zwart-grauwe lucht boven
Duitschland, die te scherper uitkwam door het oplichtende koren, de
rogge kleurt zachtgeel op de groote akkers. Daartusschen groen van tarwe
en haver, een enkel braak land nog met kleuren van allerlei bloemen.
Grootsch gezicht: de uitgestrekte glooiende velden in de verte begrensd
door 't Wald, waarboven de dreigende lucht. Bij de verwoeste boerderijen
eenige spookachtige boomen met afgeschoten takken, langs de karresporen
allerlei overblijfselen van parachutes, zweefvliegers en uniformen,
overblijfselen van de onbarmhartige strijd die hier gestreden is. Willy
gevoelig voor de tragische schoonheid van dit landschap.
Een p. dagen later 's morgens dezelfde wandeling makende, waren 3 D.
krijgsgevangenen bezig met mijnenzoekers, een vierde man hield op eenige
afstand toezicht.
|