| 44R - Vervolg dagverhaal |
blz 262 |
en op die cadans rijen de woorden zich van zelf aan een. Daar onder
is telkens weer een door Melis Stoke in gevangenschap geschreven
gedicht; onder de Bezetting werd het clandestien verspreid en talloze
keren hebben wij het overgetikt:
"Wanneer de tijd zo traag verglijdt
en schijnbaar zonder plichten,
als keren tij, verman ik mij
mij zelve op te richten ....."
De dichter heeft onze eigen gevoelens in woorden uitgedrukt. Keer op
keer herhalen wij de regels en langzamerhand dringt tot ons besef door
het grote verschil tussen de omstandigheden waarin de gevangene
verkeerde toen hij ze neerschreef en die waarin de vluchteling thans
verkeert. Het verschil dat het begrip Vrijheid uitmaakt. Vrijheid om
eigen mening te uiten in een wel geschonden maar toch bevrijd stukje van
het Vaderland. Vrijheid om naar radioberichten te luisteren, vrijheid
van angst voor de nacht bij huis stoppende auto, vrijheid om de
omsluiting van de "stenen wanden" te verlaten, vrijheid om
regen, sneeuw en wind te ondergaan en de zon te aanschouwen. Vrijheid
van onbeperkte vergezichten, van wijde luchten, van stromend water .....
Die ene ontspanning is ons gebleven: de beweging in de vrije natuur, het
wandelen. Deze sport kan nog beoefend worden dank zij de klompen en
- 128 -
de geleende mantel. Het is een uitkomst, want ik kan toch niet de gehele
lange dag in huis blijven hangen bij de wel vriendelijke doch in de
grond mij vreemde mensen en hen naar alle waarschijnlijkheid in de weg
zitten. Zij offeren reeds zoveel van hun huiselijke intimiteit op aan de
vreemde eend in de bijt. In twee geheel verschillende werelden hebben
wij geleefd tot het onberekenbare lot ons samenbracht, twee
levenskringen waarvan de uiterste randen der cirkels elkander nauwelijks
raken. Het vraagt ondanks alle goede wil een behoorlijke dosis
wederzijds begrip en aanpassingsvermogen om ons aan elkaar aan te
passen. Toch, niettegenstaande hun grovere levensstijl weten de
eenvoudige mensen mij met een bewonderenswaardig fijne tact het gevoel
te besparen van te veel te zijn. Wanneer bij uitzonderlijk slecht weer
ik mij opberg in eigen kamer, door mantel en reisdeken beschermd tegen
de kou, duurt het niet lang of er tikt iemand op de deur en doet het
verzoek in de warme keuken te komen; een klaarstaande kop thee of koffie
vormt meestal het voorwendsel tot de uitnodiging.
Die warmte in het woonvertrek is maar betrekkelijk, het vuur ligt de
gehele dag enkel wat te smeulen, want ook in het bevrijde Zuiden is
brandstof schaars. Tegen een uur of vijf pas wordt het fornuis
opgestookt om het late middagmaal te bereiden en niet vóór 's avonds
met gesloten luiken wordt het behagelijk in de keuken. En dan zitten wij
toch nog altijd met koude voeten en benen, vanwege de hoge plaats van de
vuurhaard in een fornuis.
Overdag roept Moeder van Tilborg menigmaal geërgerd uit: "Sluit
die deuren toch, 't lijkt hier wel een stationswachtkamer!"
En inderdaad, iedereen loopt in en uit en laat maar al te vaak de deur
open staan, waardoor de spaarzame warmte geheel verdwijnt. Vooral de
kinderen van de buren hebben daar het handje van. 't Jongste kan nog
geen eens bij de deurknop reiken om deze te openen, laat staan te
sluiten. Met tweeën, met drieën komen zij binnen en 't is
verbazingwekkend
- 129 -
hoe de thuis zo lastige kinderen zich hier als engeltjes gedragen. 't Is
waar, hier geldt: wie stout is wordt onmiddellijk buiten gezet. 't
Kleine goed beseft best dat dit geen ijdel dreigement is en niemand wil
de kans lopen het voorrecht bij "Ome en Tante" te komen, te
verspelen. Nimmer zijn zij er onwelkom; iedereen heeft wel een
ogenblikje tijd met hen te spelen, hun vragen te beantwoorden, een
wondje te verbinden of de scheur in hun kleren te maken waar Mamma
anders zo boos over zou zijn. En altijd is er wel wat te beleven. Nu
eens trekt het lieve roosduifje in zijn kooi de aandacht als het met
sierlijke buigingen en zacht koeren voor ieder aangeboden stukje voer
zijn dankbaarheid betuigt en dan weer staan zij vol verbazing te turen
naar de raadselachtige prent die boven de ingang van de bijkeuken hangt.
't Is een knutselwerk uit den ouden tijd, samengesteld met opstaande
stroken papier. Het papier is vaal en vuil geworden door de inwerking
van rook en
|