| 44L - Vervolg dagverhaal |
blz 204 |
om voor hen te werken en Moeder was ziek. Samen gingen zij nu de
boerderijen langs om wat eten bij elkaar te krijgen.
De terugkeer op de Pastorie was als een thuiskomst. Een paar droge
pantoffels ter vervanging van de natte, stukgelopen schoenen, een
behagelijke kamerjas, de doorweekte kleren werden bij 't keukenfornuis
te drogen gehangen en, lest best, een warme maaltijd.
Weer komen, evenals vorige avond, vluchtelingen met den
Dominee overleg plegen. Een van hen is uit Erlecom in de Ooy afkomstig
en vertelt hoe hij in de loop van den dag een poging gedaan heeft om
zijn huis te bereiken doch niet verder kon naderen dan Beek. Aan de lage
kant is daar alles stuk geschoten, volgens zijn zeggen zou Ubbergen
evenwel weinig geleden hebben.
Woensdag 4 October.
Bij 't ontbijt verscheen de trouwe heer Hoefnagels opnieuw, om te
vernemen waarom ik nog niet in Ravenstein was gekomen, waarop ik hem van
mijn mislukte tocht verslag uitbracht. Hij gaf mij de zekerheid dat mijn
familie inderdaad in Ravenstein zelf ingekwartierd was. Evenwel wilde ik
Wychen niet verlaten alvorens een paar oude dorpsgenoten opgezocht te
hebben, wie kon zeggen of we hen ooit terug zouden zien in deze onzekere
tijden.
Zij waren onder gebracht in het klooster Tienakker. Bij 't naderen van
het gebouw voor een der bovenramen een geestdriftig wuivende hand:
- 16 -
oud juffrouw Dientje! Allereerst haar en hare zuster Doortje begroet,
beiden meer dan tachtig jaren, en het verhaal aangehoord van hun
noodlottige scheiding.
Evacuatie op papier mag sluiten als een bus, evacuatie in de
onberekenbare werkelijkheid voltrekt zich nimmer op een dergelijke
voorbeeldige wijze. Bij de ontruiming van Mariendaal was de boel spaak
gelopen, zo goed als elders in 't dorp.
Zoals wij later zouden vernemen, hadden de Duitschers er alles op gezet
om in de nacht van 1 op 2 October Groesbeek wederom in handen te
krijgen, de dag daarop zou Nijmegen heroverd worden. Slechts met de
uiterste inspanning was het de Geallieerden gelukt zich te handhaven en
de aanval af te slaan. Op 2 October bestond hun eerste zorg in het
aanvoeren van munitie en versterkingen. De zestien beloofde vrachtwagens
die bij de evacuatie zouden helpen, konden zij onmogelijk missen, bij
hoge gunst werden er zes afgestaan. Met die zes moesten allen die slecht
lopen konden, alle zieken, ouden van dagen en kinderen vervoerd worden.
Van het tehuis Nicoline werden de bejaarde dames pas tegen den avond
opgehaald en dat nog dank zij de directrice, die op de weg een Rode
Kruiswagen aanhield, anders waren zij waarschijnlijk vergeten geworden.
Bij Mariendaal verschenen de wagens reeds vroeg in den ochtend. Gejaagd
droegen de soldaten de zieken uit de kelders, drongen de anderen zich te
haasten, pakten blinde juffrouw Doortje, die heftig weigerde haar zuster
in de steek te laten en zich met hand en tand verzette, met geweld op en
droegen haar weg. Ten slotte, in de verwarring, bleef juffrouw Dientje
geheel alleen achter op haar draagbaar in de kelder. Niemand kwam haar
halen, zij vreesde vergeten te zijn. De uren kropen voorbij, steeds
hoorde zij schieten, ontploffingen en het gerommel van vallend puin.
Denk eens aan, wat een afschuwelijke angsten zij uitgestaan heeft, de
arme hulpeloze die in jaren haar bed niet verlaten had. "Als ik
ooit in mijn leven vurig gebeden heb, dan was het in die
- 17 -
ontzettende uren. Ik ben verhoord, om drie uur in de namiddag kwamen ze
mij eindelijk halen."
Toen de wagen die haar met nog vele anderen vervoerde, de brug van het
Maas-Waalkanaal over wilde gaan, werd er vanuit Duitsche vliegtuigen op
geschoten en met bommen op gemikt. Daar het te laat geworden was om tot
Wychen door te rijden, bracht
|