| 44L - Vervolg dagverhaal |
blz 201 |
Dinsdag 3 October.1)
Waarlijk vorstelijk sliepen hond en Vrouw die nacht. De
laatstgenoemde op de zachte bank, de eerste op een niet minder zacht
Smyrna voetenkussen, door de gastvrouw tot zijn beschikking gesteld.
Toch, ondanks zijn behagelijke leger, werd Joris midden in de nacht
onrustig en wilde naar buiten. Gelukkig leverde 't in dit gastvrije huis
waar de voordeur nooit afgesloten werd, geen bezwaar op. Wel geld ook
hier achter het front 't verbod om zich 's nachts buiten te begeven.
Daghelder tekende alles zich af in 't licht van de volle maan. In de
verte bromden de kanonnen onafgebroken. In de verte, waar de maan nu ook
Vogelsangh beschijnt ..... zo de granaten het niet reeds tot puin
vermorzeld hebben.
Een vliegtuig nadert rustig ronkend boven ons; twee, drie bommen vallen
dreunend uiteen. Alsof niets haar verbroken hadde, keert de verheven
rust van de maannacht onmiddellijk weer.
Door gerucht in huis ontwaakte Joris die morgen op een al te vroeg uur.
Om hem bedaard te houden nam de Vrouw haar hond in de armen onder de
warme deken, wat hem best beviel. Des te feller barstte zijn
verontwaardiging los toen even later het dienstmeisje - onkundig van de
onverwachte gasten daar zij de vorige avond bij onze aankomst reeds naar
eigen woning vertrokken was - de tussendeuren open wilde schuiven.
- 10 -
Joris stak de ruige kop boven het dek uit en protesteerde tegen deze
ongeoorloofde inval in ons slaapvertrek met een verwoed gebrom. Gillend
van de schrik smeet het arme meisje de deuren dicht. En de Vrouw lachte
onbedaarlijk om haar dappere hond, lachte zoals zij niet gedacht had nog
ooit te kunnen lachen.
Een kattewasje bij de pomp, nadat deze gelijk elke morgen met kunst- en
vliegwerk, veel overleg en geduld door Dominee zelf op gang was
gebracht, want niemand dan hij kon er mee overweg. Al wachtende totdat
er water beliefde te komen, overpeinsden wij hoe ouderwetsche huizen
ontegenzeggelijk een geheel eigen bekoring bezitten, doch dat wij
persoonlijk de moderne gemakken toch verkiezen boven de ongemakken van
den goeden ouden tijd. Gelukkig had ik tenminste de meest onmisbare
toiletbehoefte, zeep en kam bij mij. Verder ontbrak mij alles, alles zat
in de rugzak die de wagen meegenomen had. Tot zelfs de toenmaals
onontbeerlijke broodbonnen, zoals ik beschaamd moest bekennen aan mijn
gastvrouw, die er het goedmoedige wederwoord "dat redden we
wel" op gaf.
Onder 't ontbijt komt iemand verschrikt vertellen dat er vannacht een
bom bij een schuur vol vluchtelingen gevallen is, de scherven hadden een
man zwaar gewond.
Als eerste gang naar het gemeentehuis om te vernemen of de familie zich
aangemeld heeft. De stroom van vluchtelingen golfde met vernieuwde
kracht binnen, allemaal menschen die gisteren Wychen niet hadden kunnen
bereiken. Het gemeentebestuur stond voor een onmogelijke taak, allen
moesten gehuisvest en gevoed worden en bij een dergelijke overweldigende
menigte schoten onderdak zowel als voedsel hopeloos te kort. De
ambtenaren zaten met de handen in het haar en hadden geen tijd om mijn
vraag te beantwoorden. Ondertussen was de heer Hoefnagels op de Pastorie
de boodschap komen brengen dat hij mijn familie aangetroffen had op de
weg en doorgezonden naar Ravenstein. Joris en ik namen hierop afscheid
van onze vriendelijke gastvrouw een gastheer, die met voor-
- 11 -
uitziende blik ons uitnodigden terug te komen ingeval wij de
verblijfplaats van de familie niet zouden kunnen vinden.
't Weer was zo plotseling omgeslagen als in de herfst meer voorkomt en
koud en guur geworden. 't Regende, een miezerige motregen die op den
langen duur alles doorweekt. De afstand van Wychen naar het Maasveer
bedraagt slechts enkele kilometers; doch op de dijk gekomen, op het punt
waar Ravenstein nog net achter de bocht schuilgaat, had ik het ongeluk
door lieden, die
In de originele tekst wordt deze datum niet
vermeld, ik heb uit de tekst opgemaakt dat deze hier zou moeten staan.
P.S.
|