44J Dagverhaal Vervolg |
blz 192 |
De mensen die deze nacht van verschrikking hebben doorgemaakt spreken er
niet veel over doch zij zien elkaar aan met begrijpende ogen waarin de
herinnering leeft en herhalen met een zucht: "Ja, die laatste nacht
....." "A hell of a night" zeggen de Engelsen, kort en
krachtig. Het was waarlijk een helse nacht.
De vijand gaf telkens trommelvuur op Groesbeek af, de schoten ratelden als een
haastige roffel, machinegeweren knetterden, vliegtuigen bromden en gierden.
Zuchtend en reutelend kropen gevechtswagens heen en weer, steeds vurende met
hun boordwapens. Granaten vlogen langs het huis, bommen ontploften, de aarde
dreunde en de keldermuren trilden voortdurend. Boven ons kletterde het grote
venster van het trappenhuis aan scherven, andere ruiten volgden, dakpannen
gleden ratelend de helling van het dak af om met een plof op de grond in
stukken te vallen. Ieder ogenblik verwachtten wij het huis boven ons te horen
instorten.
Plotseling een ogenblik stilte.
Wij hielden ons hart vast dat dit een zelfde onheilspellende stilte zou zijn
als wij
- 109 -
nu vier jaar geleden gehoord hadden bij de worsteling om de Grebbeberg; die
stilte betekende het einde van de strijd en de overgave.
't Was bijna een verlichting het moorddadige vuren te horen hervatten. Eerst
enkele verspreide schoten waarop de hel weer met volle woede losbarstte.
Verscheidene malen herhaalde zich deze opvolging van een korte stilte waarna
het woest rumoer opnieuw weerklonk. Dan opeens een afgrijselijk geluid dat de
haren te bergen deed rijzen, een langzaam aanzwellend en onweerstaanbaar in
kracht toenemend gehuil. Het zwijgen in de kelder werd verbroken met een:
"Wat zou dat kunnen zijn?" en het wederwoord van de artillerist:
"Ik weet het niet, iets dergelijks heb ik nog nooit gehoord."
Het gillende gieren vervolgde zijn weg, over ons heen, voorbij. God zij dank
zonder ongelukken. Verderop een zware ontploffing. Enige malen kwamen deze
gruwelijke dingen aanzetten en vlogen over; het waren de beruchte whining
winnies, bekend uit de strijd in Normandië.
Onze tanks kropen ratelend en schietend over de heuvel terug, de Duitse
gevechtswagens rammelden al nader en nader. Ieder ogenblik vreesden wij de
gehate zware laarzen van de vijand om het huis te zullen horen dreunen. Zover
zijn zij echter niet gekomen, wel tot op een honderd meter van Vogelsangh.
Iedere keer dat de verschrikkelijke samenklank van geschutsdonder en
geweergeknetter heviger oplaaide kwam er uit Paultje's bedje een steunzoekend
handje naar beneden tasten, het greep mijn hand stevig vast en schokte en
kneep bij elke zware ontploffing. Dit was zijn enige uiting van angst. Als het
rumoer wat afnam, zeide het kleine stemmetje: "Nu hoeft het niet
meer" en het handje werd teruggetrokken. Wat later met het opnieuw
toenemen en naderen van de gevechten tastte het weer buiten boord: "Houdt
je me vast?" Ten slotte, overmoe, viel de kleine jongen in slaap en ik
volgde zijn voorbeeld. De anderen in de kelder deden geen
- 110 -
oog dicht en zeiden de volgende dag dat de felle gevechten onverminderd de
gehele nacht door hadden gewoed.
Gedurende deze nacht werden zeer veel huizen getroffen; waaronder het huis
van dokter K., het dienstmeisje werd zwaar verwond. De familie is kruipende
door het keldervenster de woning ontvlucht en heeft zich geborgen in de kelder
van de buren. De oude boerderij van de Hofse Piet aan de ingang van het dorp
werd stuk geschoten, evenals het tegenover liggende hotel Gelria. Het puin van
het laatste gebouw versperde de ingang van de Ottenhofstraat en heeft ons
waarschijnlijk behoed tegen het optrekken van de Duitse gevechtswagens, die
hier geen doorgang meer konden onderscheiden.
Lam en Paul van Bertus-Ome die op de nabij Wyler gelegen boerderij achter
gebleven waren, zouden ons later nog bijzonderheden over die nacht mededelen.
De boerderij Groenendaal lag in de linies der Duitsers, in de kelder werd de
commandopost gevestigd. De
|