44H Dagverhaal Vervolg |
blz 171 |
kan ons immers altijd en overal overvallen. Den Mof ten spijt voltooiden
wij zonder overhaasting ons toilet en daalden heerlijk verfrist de trap af.
Ratelend en rammelend trok een lange stoet tanks door het dorp, fel beschoten
door de Duitsers. Zodra de optocht voorbij was hield het vuren op.
De Dokter heeft juist het heroïsche relaas van de strijd om Arnhem vernomen
en haast zich ons er in kennis mee te brengen. Op de dag van de invasie zijn
talrijke luchtlandingstroepen in en rondom Arnhem neergedaald en hebben
geholpen door onze Binnenlandse Strijdkrachten de Rijnkade en de brug bezet.
De Duitsers deden heftige tegenaanvallen en hoewel de Airbornes hardnekkige
weerstand boden, slaagden zij er in hun aanvallers uit
- 65 -
de stad en uit Oosterbeek tot over de Rijn terug te drijven. Dagenlang heeft
de worsteling geduurd die het leven kostte aan het overgrote deel der
Airbornes. Een bloedige mislukking, hoe heldhaftig er ook gestreden is.
De Duitsers hebben Elst eveneens veroverd {heroverd?}. Vannacht hoorden wij
het hevig bombarderen in de Veluwe. Daarentegen namen de Amerikanen Beek;
volgens de radioberichten zijn de troepen in dat deel van het front een
vijftal kilometers vooruit gegaan. Wij berekenen dat zij dan waarschijnlijk
over Wyler naar Cranenburg getrokken zijn en verheugen ons over deze
belangrijke terreinwinst.
Het was een verkeerde veronderstelling; Wyler en Cranenburg zouden pas
veroverd worden met het grote offensief van Februari 1945.
Daar ik enige boodschappen te doen had in het dorp, ging ik meteen eens kijken
hoe onze oude vriendin, Mejuffrouw v.d.M., die op Mariendaal woont, het
maakte. Zij zat heel rustig alsof er niets aan de hand was op haar kamer te
schrijven en zeide toen ik mijn verwondering hierover in woorden bracht:
"Waarom zou ik niet gewoon in mijn eigen kamer blijven? Ben ik niet
overal in Gods hand? En bovendien, dat donkere onderhuis vol angstige mensen
en drukke kinderen maakt mij akelig en ziek. De Zusters willen nu wel dat ik
ook beneden kom omdat zij het hier niet veilig vinden maar ik doe het
niet."
Inderdaad waren de goede Zusters, die zich verantwoordelijk gevoelden voor hun
pensionnaires, ongelukkig over haar weigering. Ik verdedigde haar standpunt:
had de oude dame eigenlijk niet volkomen gelijk, was het niet wijzer een
betrekkelijk groter risico te nemen dan van streek te geraken door een
voortdurende zenuwspanning?
Het uitgestrekte en anders zo stille onderhuis was thans druk bevolkt met een
zeer gemengde verzameling mensen, wat een merkwaardige aanblik opleverde.
- 66 -
In de keuken zwaaide een gentleman in uniform met gitzwart krulhaar, café au
lait gelaatskleur en trouwhartige bruine ogen zijn pollepel over een aantal
onderhorigen in khaki.
"Hij is kapitein" werd mij met eerbied in de stem toegefluisterd
door een van de Duitse Zusters; blijkbaar had zij in de geestelijke stand haar
aangeboren ontzag voor "das Militär" niet verloren.
De nonnetjes zelf stelden zich tevreden met een zeer bescheiden hoekje van hun
eigen keuken. Met volgeladen dienbladen, hun wijde rokken wiegelend, schoven
zij omzichtig door de drukte heen. Met verrukking toonden zij de heerlijkheden
die de bladen bevatten: "Alles van de Amerikanen gekregen! 't Is
ongelofelijk hoe behulpzaam zij zijn en wat zij ons niet allemaal toestoppen
voor de vele monden die gevuld moeten worden! Zonder hen zouden wij geen raad
weten hoe wij de vluchtelingen ten eten moesten geven en nu hebben wij dank
zij hen overvloed! Ach, die liebe Amerikaner." En in de volheid huns
harten deelden de Zusters ook aan mij enige goede gaven uit: thee, chocolade,
die dankbaar aanvaard werden.
In een van de ruimten der catacomben vonden de vluchtelingen uit de omtrek een
onderdak. Vele kinderen waren er bij, grote en kleine; allen voelden zich
volkomen op hun gemak in de vreemde omgeving en stoeiden of vochten naar lieve
lust.
Een andere ruimte was als kraamvrouwenzaal ingericht. Geen overbodige weelde;
niet minder dan een negental kinderen zouden daar in die paar weken het
levenslicht aanschouwen.
|