44G Dagverhaal Vervolg |
blz 166 |
"Zeker. De meeste mensen hadden hun toestel niet ingeleverd. Wij ook
niet en wij verspreidden de berichten van de Engelse radio. Ons toestel hebben
de Duitsers nooit gevonden." De Amerikaan glimlachte waarderend. "Te
goed verstopt" luidde zijn gevolgtrekking.
Van de welwillende stemming trachtte ik gebruik te maken om met enkele vragen
op de hoogte van de stand van de strijd te komen, maar 't lukte niet hard, zij
lieten weinig los wat overigens heel begrijpelijk was. Het bos tussen
Groesbeek en de Plasmolen was "not quite" in hun handen; ja, de
Duitse grens hadden zij op bepaalde plaatsen overschreden; zelf was hij
gisteren in een paar Duitse dorpjes geweest "but one can't remember those
silly names ....."
De heren waren zo vriendelijk mij weer naar huis terug te brengen; welke
gelegenheid ik benutte om een fles Cointreau en enige andere voorwerpen mee te
nemen. Er werd met belangstelling naar de welgevulde zware tas gekeken, doch
men was te beleefd om iets te
- 56 -
vragen te stellen. "Looting" leert spoedig aan, of op zijn Hollands
gezegd: hebben is hebben maar krijgen is de kunst.
's Middags was 't tamelijk rustig in de lucht - volkomen rustig was het nooit
- en tot genoegen van Jan wisten wij Lies te overreden om samen met hem een
bezoek aan Bertus-Ome te gaan brengen. Ter geruststelling van Lies begeleidde
ik hen tot het overstapje van onze heg, van welk punt zij langs het verdekte
achterpaadje zonder veel risico in een oogwenk de tijdelijke woning van
bertus-Ome konden bereiken. Gelukkig werd het bezoek door niets onrustbarends
verstoord; 't jonge paar keerde zeer voldaan weerom en bracht voor ons een
groot stuk spek uit de voorraad van Bertus-Ome mee.
Het middagmaal konden wij in de eetkamer gebruiken. Na den eten bezocht ik de
buren van het Klimhuis, die vanzelfsprekend in de kelder ontvingen. 't Was er
vol, behalve de bewoners van het huis: vader, moeder, twee kinderen, de
grootmoeder en het dienstmeisje zaten er ook Jan de melkboer en zijn vrouw.
Verder nog een zevental vluchtelingen van de Bruuk en van de Ashorst; deze
ongelukkige mensen zijn min of meer van streek door de beleefde ellende. Enige
belangstellende vragen verbreken de spanning en de verhalen van het
doorgestane leed breken los.
Op de eerste dag van de invasie hadden zij het erg te kwaad gehad. De Duitsers
zaten verschanst in het beboste gedeelte van de Bruuk, dat tot een
vooruitgeschoven stelling van de Siegfriedlinie ingericht was. De Amerikanen
begonnen dadelijk met deze stelling hevig te bestoken; voortdurend cirkelden
de vliegtuigen er boven, steeds schietende en bommen gooiende. Vanuit hun bed
waren de arme mensen naar de schuilplaatsen in de hof gevlucht en hoewel er
bij 't afleggen van die korte afstand niemand getroffen werd, waren zij toch
door de ontploffende granaten van onder tot boven met graskluiten en aarde
bespat.
Aan de avond van die dag meenden zij over het ergste heen te zijn,
- 57 -
de Duitsers waren afgetrokken. 's Nachts kwamen de Duitsers weer opzetten en
sedert hadden de boeren voortdurend temidden van gevechten geleefd. Terwijl
zij ergens in een hol op hun erf wegscholen, vochten de troepen tot in hun
huizen toe. De ongelukkigen wilden hun boerderijen en hun vee niet in de steek
laten en toch, ten slotte durfden zij niet langer te blijven. Het werd te
gevaarlijk, de Moffen staken zo ras zij er de kans toe hadden huizen, schuren
en korenmijten in brand.
Het relaas wordt eentonig. Met kleine afwijkingen zijn het telkens dezelfde
verhalen van strijd, brand, angst, verwoesting, dood. Voortaan zal voor allen
het woord Oorlog steeds een beeld van grenzeloze vernielingen en mateloze
ellende oproepen.
De huisvrouw van het Klimhuis en haar moeder deelden koffie rond terwijl de
huisheer onverdroten boterhammen sneed. Onbewust van zorg of gevaar stoeiden
en dolden de kinderen in 't midden van de kring en maakten een leven als een
oordeel, waarbij de grote mensen zich amper verstaanbaar konden maken. Bij
mijn vertrek deed de heer des huizes mij uitgeleide om tegelijkertijd de door
geweerkogels in deuren en piano aangerichte schade te tonen. Hij maakte van de
gelegenheid gebruik om zijn hart te luchten met de woorden: "Wilt U wel
geloven dat ik af en toe even naar boven moet gaan om op adem en tot mijzelf
te komen? Aan mijn familie kan ik met
|