44G Dagverhaal Vervolg |
blz 162 |
nog leeft, trekt het nu waarschijnlijk een groentekar, want de vader van de
jongen had een groentehandel.
Zaterdag 23 September.
Vannacht werd ik plotseling klaar wakker, hetzij door een voorgevoel van
gevaar, hetzij door het geluid van een vliegtuig. Bijna onmiddellijk dreunde
een zware ontploffing gevolgd door het gekletter van glasscherven. Vanuit de
eetkamer riep Theo: "Juffrouw Nelly, zouden wij niet beter in de kelder
gaan?"
Ik ging vader vragen of hij het nodig oordeelde, doch Vader vond dat wij best
boven konden blijven; 't bleef immers bij die ene knal die bovendien volstrekt
niet erg was geweest. Theo en ik hadden een enigzins ander oordeel over de
hevigheid van de ontploffing; een opvatting die wij echter voor ons hielden,
overwegende de betrekkelijkheid van het begrip "erg", waar een
artillerist vanzelfsprekend een andere waardemeter voor aanlegt dan de minder
aan ontploffingen gewende leek.
Intussen bewezen de beschadigingen die wij vanmorgen ontdekten dat de bom een
verre van onschuldig karakter had gehad; op de bovenkamers enige ruiten
gebroken, de houten Noordwand van de serre doorzeefd met splintergaten,
stukken steen geslagen uit de eetkamermuur en wel juist op de plaats waar
Theo's bank aan de andere zijde stond. Ons onderzoek verder voortzettende
vonden wij in de moestuin een zwaar stuk metaal, de tuin-
- 48 -
muur vertoonde verscheiden gaten. De bom was er achter in de tuin van de buren
gevallen en had de gevel van hun huis lelijk beschadigd.
Vader keek enigzins beschaamd toen wij hem verslag van de aangerichte schade
uitbrachten. Ter verontschuldiging voor zijn verkeerde beoordeling voerde hij
aan dat het onder de grond vrijwel onmogelijk is zich een juist denkbeeld te
vormen omtrent de hevigheid van een geluid.
Vanmorgen bij het uitlaten van de honden ontmoette Moeder onze buurvrouw
Soelie, die vertelde dat zij niet langer in het oude Ottenhoffhuis had durven
blijven en nu zolang in de ruime diepe kelder van Dokters garage mocht wonen.
't Was er wel veilig maar zo koud en tochtig dat zij het wiegekindje niet
durfde uitkleden en wassen. Moeder stelde haar voor om iedere dag het kindje
bij ons in de keuken te komen baden; met het steeds brandende fornuis is het
er warm en er is ook altijd het water ter beschikking. Met beide handen greep
Vrouw Soelie de gelegenheid aan en verscheen al dadelijk deze middag met heet
kleintje dat lekker in een teil afgepoedeld werd. Wij stonden er om heen en
genoten mee van de pret die de peuter in zijn badje had.
't Zou de eerste en de laatste keer zijn dat Vrouw Soelie bij ons kwam.
Later op die zelfde middag vlogen achtereenvolgens vier granaten over het
Ottenhoffhuis. Menende dat hiermee 't gevaar voorbij was, verliet de vrouw met
haar oudste dochtertje de veilige garage om iets uit het huis te halen, doch
net waren zij binnen of een volgende granaat ontplofte met donderend geweld in
het dak. Dit was te bar, Vrouw Soelie nam met haar gehele kinderschaar de
vlucht naar Nijmegen.
De boer van Groenendaal, Bertus-Ome, is met vrouw, kinderen en onderduiker
naar zijn zwager timmerman Nillesen toegekomen. Zij hebben de ernaast gelegen
woning toegewezen gekregen; deze was op Dolle Dinsdag verlaten door de
bewoners die het hazepad kozen met achterlating van hun gehele inboedel,
kleren, brandstoffen, spek en verder nog
- 49 -
een grote voorraad levensmiddelen.
De vluchtelingen vertellen hoe Groenendaal beurtelings in Geallieerde en in
Duitse handen was overgegaan; het huis lag voortdurend onder vuur van de ene
of de andere partij zodat zij niet
|