44E Dagverhaal Vervolg |
blz 147 |
arme jongen met een schot afmaken om geen last meer van hem te hebben; de
ouders konden dit slechts met moeite verhinderen.
- 17 -
In het aankondigingenkastje van het gemeentehuis wordt een verbod opgehangen
om zonder dringende noodzaak op straat te komen. Inderdaad zijn er veel minder
mensen te zien en de kinderen worden binnengehouden. Is het de uitwerking van
het verbod of van de schrik die de tijding van de verschillende ongevallen
verspreid heeft? Men begint blijkbaar het gevaar te beseffen.
De radio waarschuwt tegen het dragen van oranje: de Duitsers mikken op wie de
zozeer door hen gehate kleur vertoont. De mannen van de O.D. die ter
onderscheiding een brede oranje band om de arm dragen ondervonden het reeds
herhaaldelijk. Nu het onmiddellijk gevaar geweken en de spanning verminderd
was deed bij ons de honger zich gevoelen.
Onze moestuin was onbereikbaar vanwege het nog altijd, schoon in mindere mate,
voortdurende schieten, "unhealthy" zouden de Engelsen het noemen in
hun grappig-nuchtere wijze van uitdrukken. In dit geval van nood achtten wij
't verantwoord een der voor wintervoorraad bestemde potten prinsesseboontjes
aan te breken, met een door de Duitsers in Elly's huis achtergelaten blik
corned beef en vruchten toe vormde dit een heerlijk maal. Om één uur hadden
wij gebakken aardappels gegeten om onze broodvoorraad die wij met zorg zagen
verminderen te sparen.
Wellicht lijkt het onbegrijpelijk materialistisch om in dergelijke
omstandigheden zoveel zorg aan de maaltijden te besteden. Toch meen ik dat wij
hiermee verstandig hebben gedaan en dat niet enkel ons lichamelijk welzijn
doch niet minder ons geestelijk evenwicht erdoor gesterkt en in stand gehouden
is.
Op deze plaats past een eresaluut aan Moeder, die trouw haar post aan het
fornuis betrok in de aan vijandelijk vuur blootgestelde keuken. Ter
beveiliging sloten wij wel menigmaal de zware luiken doch dit bracht het
nadeel mee dat er dan gewerkt moest worden bij het schaarse daglicht dat er
vanaf de bijkeuken naar binnen scheen. Lampen konden niet opgestoken
- 18 -
worden daar in ons deel van het dorp de electrische leiding bovengronds was en
wegens de kwetsbaarheid de toevoer voortdurend afgesloten bleef. De bewoners
van het Zuidelijk deel van Groesbeek waren in de invasiedagen bevoorrecht want
niet alleen konden zij al heel spoedig weer over licht beschikken maar
bovendien ook de radio beluisteren.
Tegen de avond was het zoveel rustiger geworden dat Moeder en Ineke besloten
met de honden naar de Lubert te gaan; volgens afspraak zou ik mij enige tijd
later bij hen voegen, wij zouden dan meteen melk van de boer meenemen.
Op de Cranenburgse baan zag 't er nog zeer oorlogsachtig uit. Soldaten op
motorsteps en met soldaten volgeladen jeeps waar aan alle kanten de geweren
uitstaken reden in volle vaart naar het Oosten toe. Terzijde van de weg lagen
neergesmeten feldgraue uniformen, uitrustingsstukken en geweren, onder de
bomen van de Kasteelse Hof stond een batterij opgesteld, uit de heg aan de
Oostzijde stak de loop van een der kanonnen. Er hing een onmiskenbare dreiging
van gevaar en inderdaad brak het schieten al spoedig opnieuw los. Granaten
huilden dicht over de weg heen, telkens als er een naderde gooide ik mij plat
op de grond. Enigzins ten nadele van mijn kleding, de weg was modderig.
De familie van de Lubert zat in de als schuilkelder ingerichte betonnen
grassilo. Op de bodem lag stro gespreid, de ruimte was afgedekt met
boomstammen waarop graszoden en aarde. Vele boeren hadden op deze wijze een
schuilplaats ingericht die een behoorlijke bescherming bood.
Men vertelde ons dat die middag de granaatscherven talrijk als hagelkorrels
neergekomen waren; schoonzoon Jan had er een in zijn schoenzool gekregen op
een ogenblik dat hij om zich te dekken op de grond lag.
't Was mij te onbehagelijk op de Lubert; ik drong bij Moeder en Ineke op
onmiddellijke terugkeer aan maar 't lukte mij niet hen mee te krijgen, er viel
van weerskanten veel te vertellen
|